Corporate governance, arbeidsrecht & personeelsbeleid.

Zwangerschaps- en bevallingsverlof. Hoe werkt het?

Werkende vrouwen of vrouwen die een uitkering (WW, Ziektewet of loongerelateerde WGA) genieten, hebben uiterlijk vier weken voor de uitgerekende datum recht op zwangerschapsverlof. Na de bevalling gaat het bevallingsverlof in. 

Zwangerschaps- en bevallingsverlof duren samen in totaal minimaal 16 weken. De uitkering bedraagt 100% van het dagloon.

Zwangerschapsverlof (voor de bevalling)

De vrouw kiest zelf op welke dag het zwangerschapsverlof ingaat. Dit wordt de flexibiliseringsperiode genoemd. De vrouw heeft hierbij de keuze tussen 4 en 6 weken voor de dag na de uitgerekende datum.

Bevallingsverlof (na de bevalling)

Na de bevalling gaat het bevallingsverlof in. Het bevallingsverlof duurt minimaal 10 weken.

De periode van minder dan 6 weken genoten zwangerschapsverlof, wordt opgeteld bij het bevallingsverlof. Neemt de vrouw bijvoorbeeld 5 weken voor de uitgerekende datum zwangerschapsverlof op, dan duurt het bevallingsverlof een week langer.

Hoogte zwangerschapsuitkering

Een zwangerschapsuitkering bedraagt 100 procent van het gemiddeld verdiend dagloon. Hierbij wordt gekeken naar het sv-loon dat gedurende 1 jaar tot de laatste dag van de voorlaatste maand voorafgaand aan de dag waarop het zwangerschapsverlof begint werd verdiend. Dit wordt de referteperiode genoemd. Als maximum geldt het maximum dagloon (in 2020 222,78 euro). Veelal ontvangt de werkgever de uitkering (WAZO) en betaalt hiermee het loon door.

Uitzonderingen

  • Bevalt de vrouw voordat het zwangerschapsverlof is ingegaan, dat duurt het bevallingsverlof 16 weken.
  • Bevalt de vrouw na de uitgerekende datum, dan duurt het bevallingsverlof evenredig langer (een week na de uitgerekende datum bevallen betekent ook een week langer zwangerschapsverlof).
  • Zwanger van een meerling? Dan gaat het zwangerschapsverlof al tussen de 10 en 8 weken voor de uitgerekende datum in.