Corporate governance, arbeidsrecht & personeelsbeleid.

Concurrentiebeding

Met een concurrentiebeding mitigeert een werkgever het risico dat een werknemer na het dienstverband met de onderneming gaat concurreren. Aan een concurrentiebeding zijn voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden worden in dit artikel behandeld.

Wat houdt een concurrentiebeding in?

De inhoud van een concurrentiebeding verschilt. Vaak is de inhoud afhankelijk van waar de werkgever risico’s ziet. Het zijn immers deze risico’s die de werkgever tracht te mitigeren.

Een concurrentiebeding kan bijvoorbeeld inhouden dat:

  1. de werknemer verboden wordt om in een bepaalde periode na het dienstverband te werken voor of bij een relatie van de oude werkgever en op deze manier te concurreren met de oud-werkgever;
  2. de werknemer in een bepaalde periode na het dienstverband geen concurrerende activiteiten mag ontplooien.

 

Niet werken voor of bij de relatie van de oude werkgever

Een concurrentiebeding kan toezien op het verbod van werknemers om na het dienstverband voor de klanten van de oud-werkgever te werken en op deze manier met de oud-werkgever te concurreren (bijvoorbeeld als ZZP’er of in loondienst). Dit wordt ook wel een relatiebeding genoemd.

Geen concurrerende activiteiten ontplooien

Een concurrentiebeding kan ook toezien op een verbod om concurrerende activiteiten te ontplooien. Een werknemer in de thuiszorg mag dan bijvoorbeeld tot een jaar na het dienstverband niet zelf een thuiszorgorganisatie starten.

Voorwaarden concurrentiebeding

Het opnemen van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst (of als addendum bij een arbeidsovereenkomst) is aan voorwaarden verbonden.

Een concurrentiebeding dienst schriftelijk overeen te zijn gekozen en de werknemer moet (ten tijde van het afsluiten) meerderjarig zijn.

Heeft de werknemer een tijdelijke arbeidsovereenkomst gesloten op of na 1 januari 2015, dan behoort een concurrentiebeding in beginsel niet tot de mogelijkheden. De uitzondering op de regel is de situatie waarin er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. De werkgever dient te motiveren waarom er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Motiveert de werkgever niet, dan is het beding nietig.

De duur van een concurrentiebeding dient redelijk en billijk te zijn. Vaak wordt één a twee jaar aangehouden. Wordt een langere termijn gehanteerd, dan kan de rechter de duur van het beding beperken.

Het is aan te raden het soort werkzaamheden dat onder het beding valt te specificeren en te duiden voor welk geografisch gebied het beding geldt. Het opnemen van een boete bij overtreding is gebruikelijk.

Procedure

Vindt de oud-werkgever het werk van de oud-werknemer met concurrentiebeding concurrerend, dan kan de oud-werkgever een procedure starten bij de rechter. De procedure valt onder het civiel recht. De werkgever kan dan bijvoorbeeld vorderen dat de werknemer stopt met de concurrerende werkzaamheden of een boete / schadevergoeding betaalt.

Voorbeeld concurrentiebeding

  • Het is werknemer verboden zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de werkgever gedurende X maanden na het eindigen van de arbeidsovereenkomst, binnen een gebied van Y kilometer van de standplaats van de werknemer direct of indirect in dienst te treden bij of op enigerlei wijze werkzaamheden te verrichten voor een onderneming die gelijke of gelijksoortige producten vervaardigt, aanbiedt of verhandelt, of die gelijke diensten verleent als werkgever doet, of voor eigen rekening gelijke of gelijksoortige werkzaamheden te verrichten.